PRE2Groep2 Protocol

From Control Systems Technology Group

Jump to: navigation, search

Contents

Protocol “Gevaarlijke ‘Search and Rescue’ operaties met robots”

Inleiding:

In het geval van een reddingoperatie is het van groots belang dat de betrokken hulporganisaties goed samen werken en een cruciaal onderdeel om dit te bewerkstelligen is weten wat iedereen zijn taak is en hoe deze uitgevoerd wordt een onmisbaar aspect. In protocollen zijn een duidelijke structuur voor de desbetreffende instanties in een elke mogelijke situatie, om niet alleen de operatie zo goed mogelijk te laten verlopen, maar ook de veiligheid aan beide kanten zo goed mogelijk te waarborgen en te zorgen voor een goede nasleep.

Reddingsoperatie

Dit protocol is geschreven voor de nieuwe standaard in reddingsoperaties, in een wereld van klimaatveranderingen, opstanden en oorlogen zullen er genoeg situaties opduiken waarbij de hulpverlening snel en goed op gang zal moeten komen. Uit eerdere reddingsoperaties is te vinden dat in de eerste 30 minuten al bijna 10% van de overlevenden was overleden en na 2 dagen al bijna 2/3 overleden is. [1] Deze getallen zullen als er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn natuurlijk nog lager zijn. Het is daarom dus zeer belangrijk dat een redding snel begint en snel uitgevoerd wordt. Huidige operaties worden uitgevoerd door het zoeken van hulpverleners in het rampgebied, al dan niet met hulp van zoekhonden, hopend op een teken van leven of een aanwijzing. Dit heeft als nadeel dat de hulpverleners, gedeeltelijk blind, en voor gevaar voor eigen leven lang in het gebied moeten zijn. Hierbij worden ze zelf mogelijk ook blootgesteld aan de gevaren, een omgeving van giftige gassen, rook en/of straling valt zeker in de mogelijkheden. Om de veiligheid van de reddingswerkers te vergroten en de reddingsoperatie gerichter uit te voeren is de robot aangeschaft om in (gevaarlijke) operaties levende slachtoffers te kunnen lokaliseren terwijl de voorbereidingen van de reddingsoperatie worden opgestart. De robot zal gebruik maken van middelen die verder gaan dan visuele, zodat ook verborgen slachtoffers gevonden worden.

Protocol

In korte lijnen zal het protocol voor toekomstige reddingsoperaties met gebruik van de robot er zo uit zien:

  • Melding komt binnen en wordt doorgegeven aan betreffende hulpverleners.
  • Reddingswerkers gaan ter plaatse en stelt de robot in staat om het rampgebied te verkennen.
  • De reddingswerkers zullen de situatie van de ramp plek inschatten en maatregelen ter bescherming nemen en schakelen specialistische hulpverleners in
  • Specialistische hulpverleners komen ter plaatse, terwijl de data van de robot wordt geanalyseerd.
  • Met de locaties van (mogelijke) slachtoffers zullen de hulpverleners korte en gerichte routes door het rampgebied verkrijgen.
  • Slachtoffers worden met spoed naar een zorginstelling gebracht worden.

1. Melding

Ten tijde van een rampsituatie zullen omstanders, betrokkenen of eventueel hulpverleners overgaan tot melding. Deze zal in meeste gevallen doorgestuurd worden naar de (plaatselijke) brandweer, maar kan in verschillende situaties anders opgelost worden. Dergelijke hulpverleners zijn bij dergelijke meldingen in het bezit van een of meerdere redding robots.

2. Reddingswerkers ter plaatse

Als de hulpverleners aangekomen zijn bij het ramp gebied zullen ze eerst een aantal, afhankelijk van het gebied, redding robots opstarten, voordat andere maatregelen getroffen worden. Deze zullen autonoom werken, verder instructies na initiële instellingen zijn niet nodig (zoals beschreven wordt in het hoofdstuk "Gebruik van de terminals"). De robots kunnen dan werken nog voor conventionele hulpverlening kan beginnen, om geen tijd te verliezen.

3. Reddingswerkers schatten situatie in

De ingeschakelde hulpverleners schatten de situatie in en geven dit door naar de meldkamer. Afhankelijk van de omvang zullen specialistische reddingswerkers gestuurd evenals veiligheidskleding etc. behorend tot de rampsituatie. Ondertussen zullen de eerste hulpverleners de plek veilig stellen en voorbereidingen treffen zodat een actie kan beginnen.

4a. Specialistische hulpverleners komen ter plaatste

Afhankelijk van het scenario zullen experts op het gebied van giftige, radioactieve of (bio-)chemische omgevingen op de ramp aankomen met beschermende kleding en gereedschap en beginnen met het instrueren van de hulpverleners ter plaatse over de aanpak van redding.

4b. Data van de robot wordt geanalyseerd

Terwijl reddingsoperatie op gang komt zal in de data van de robot worden geanalyseerd door hiervoor getrainde hulpverleners. Dit zal het systeem gedeeltelijk zelf analyseren en de hulpverlener zal dit aanvullen totdat een duidelijke ‘routebeschrijving’ van het gebied gemaakt kan worden. Deze informatie zal worden geüpload naar terminals, die in directe verbinding staan met het apparaat en gebruikt gaan worden door de hulpverleners. De terminals worden dan uitgedeeld aan de hulpverleners tijdens hun laatste voorbereidingen.

5. Hulpverleners

Hulpverleners gaan met gebruik van de zo geheten terminals op zoek naar mensen in het rampgebied, doordat de robot de nodige data heeft verzameld kan er een duidelijke verdeling van prioriteit gesteld worden. Hierdoor worden gebieden met hogere kansen eerder onderzocht dan gebieden zonder waardes. De hulpverleners zullen volgens het hoofdstuk "Gebruik van de Terminals" handelen, om levenden slachtoffers zo snel mogelijk te redden. Gevonden slachtoffers zullen z.s.m. het gebied verlaten en zal waar mogelijk direct naar een zorginstelling vervoerd worden.

6. Zorginstellingen

Binnengebrachte slachtoffers zullen worden onderzocht en nazorg zal worden gegeven volgens de standaard medische protocollen. Binnen het dossier zal de ramp gemeld worden zodat dit later herleidbaar zal zijn.

Gebruik van de Terminals

Figuur 1: Terminal-dislay

De terminals zullen de omgeving aangeven in een hoeveelheid hokjes. De werkelijke grootte ligt aan het vooraf ingestelde gebied. In figuur 1, is een voorbeeld te zien van een dergelijke terminal. Hierbij is op te merken dat hoe roder het hokje hoe groter de kans dat hier een mens ligt. In dit geval gaat het om een tunnel aangeven bij 20 bij 150 hokjes. We kunnen hieruit concluderen dat er een aantal delen van hoge prioriteit zijn. Naar hoge verwachting ligt er een mens op punt (4,15), bij (7,130) en bij (19,125). Er zal dus zo snel mogelijk geprobeerd worden daar een slachtoffer vandaan te halen. Het is aan de hulpverlener om de uiteindelijke route te lopen.

Ter oriëntatie zal door middel van GPS de plaats op de kaart aangegeven worden.

Bronnen

[1]‘Isues in Inteligent Robots for Search and Rescue’ by Jenifer Casper, Mark Micire, Robin R. Murphy in “Proc. SPIE 4024, Unmanned Ground Vehicle Technology II” University of South Florida (July 10, 2000), page 293

Personal tools